|
Dagblad van het Noorden - 30 september 2009
OPINIE: OP GOEDE WEG MET DOELSTELLINGEN DOE CENTRUM LANDBOUW EN MILIEU STELT:
‘DRENTSE LANDBOUW WIL VOOROP BLIJVEN'
|
Het Centrum voor Landbouw en Milieu riep vorige week in deze krant de landbouw om het roer om te gooien en zo ‘klimaatkampioen' te worden. In de provincie Drenthe hoeft die oproep niet meer te worden gedaan want de sector is in samenwerking met het provinciebestuur al goed bezig. Het is zaak om klimaatkampioen te blijven. Dat vindt de schrijver van deze bijdrage.
Door Rein Munniksma
De landbouwsector staat vaak in een negatief daglicht als het gaat over milieu- en klimaatbelasting. Dit terwijl de landbouw onmiskenbaar noodzakelijk is voor de productie van onze eerste levensbehoeften: groente, fruit, zuivel en vlees. De landbouw is kenmerkend voor het platteland en daarmee een onlosmakelijk element van Drenthe. Ik zou niet kunnen wennen aan een Drents landschap waarin geen plaats is voor koeien. De landbouwsector heeft afgelopen jaren laten zien in staat te zijn productiemethoden aan te passen op de vraag van consument en milieu. Er zijn grote stappen gezet naar een duurzamere landbouw. Dat moet wat mij betreft op grotere schaal doorgang vinden. Het klimaatprobleem is een kans om daar een verdere slag in te slaan. Het opiniestuk “Landbouw Klimaatkampioen?” van 22 september heeft daar naar mijn mening en inspirerende aanzet toe gegeven. De kansen die het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) ziet voor de landbouwsector om bij te dragen aan het verminderen van de klimaatproblematiek worden door mij voluit onderschreven door de provincie Drenthe.
|
Sterker nog, afgelopen periode is mij duidelijk geworden dat een belangrijk deel van de landbouwsector zelf die kansen ziet en ook wil benutten. In oktober 2008 heeft het CLM het rapport ´landbouw en klimaat in Drenthe´ gepubliceerd. Hierin staat in welke mate de landbouw in Drenthe haar bijdrage aan vermindering van de klimaatproblematiek heeft geleverd. Maar ook dat er voldoende uitdagingen liggen om daarin nog verder te gaan. Zo blijkt dat de Drentsche landbouw-sector al 17% reductie van broeikas-emissie heeft gerealiseerd van de reductiedoelstelling van 20% die in 2020 gehaald moet worden. Scenarioberekeningen in dit rapport laten zien dat zelfs meer dan 30% vermindering haalbaar is. Daar ligt een geweldige uitdaging en een kans voor de landbouwsector die ze niet kan laten liggen. Ik vind het juist in deze tijd belangrijk dat de landbouwsector zich goed kan ontwikkelen. Ik maak me sterk voor een landbouwsector die op een economisch rendabele maar ook op een duurzame wijze haar producerende rol kan vervullen. Dit binnen de kaders die de Drentse natuurlijke omgeving daaraan stelt. Een goede balans tussen landbouw, natuur en een leefbaar Drents platteland. Om dit te stimuleren hebben wij het project Duurzaam boer blijven in Drenthe ontwikkeld, dat zich richt op het sluiten van met name de stikstofkringloop op bedrijfsniveau binnen de melkveehouderijsector. Door meer aandacht te schenken aan de manier van voeren van de veestapel, komt er fors minder stikstof en ammoniak in natuur en milieu. Het anders inrichten van die bedrijfsprocessen levert winst voor alle partijen. Deze aanpak – een variant op ieder pondje komt door het mondje – is een succes. |
De deelnemende boeren hebben uitstekende (milieu)prestaties bereikt. Zo is de ammoniakemissie gemiddeld 25% gedaald, voldoet het grondwater nu aan de Europees geldende nitraatnorm. Bovendien levert het bedrijfseconomisch voordelen op. Rond de Europese Natura 2000 gebieden is de verzuring door ammoniak een belangrijk thema. Als de bestaande veebedrijven in de toekomst mogelijkheden willen houden, moet er iets aan de ammoniakuitstoot gebeuren. De aanpak van Duurzaam boer blijven kan hier een stevige bijdrage aan leveren. En dan kom je niet direct in de ge- en verboden sfeer. Tot en met 2008 hebben we ons in het project niet direct bezig gehouden met uitstoot van broeikasgassen en de klimaatproblematiek. Toch zijn de veehouders daar onbewust wel degelijk mee aan de slag geweest. We hebben berekend dat de deelnemers gemiddeld 10% minder broeikasgas produceerden. Met deze wetenschap zetten we nu nadrukkelijker in op het verminderen van de klimaatbelasting door melkveehouders. De gekozen aanpak binnen het project Duurzaam boer blijven in Drenthe blikt daarmee op vele fronten duurzaam. Beter voor milieu, klimaat en diergezondheid en beter voor de portemonnee van de veehouder. De kunst is om als landbouwsector vooraan te blijven lopen. Wij willen de sector daarin blijven ondersteunen met inhoudelijke projecten gericht op verdere verduurzaming. Samen met de landbouwsector pak ik graag de handschoen op om voedsel te produceren met een positieve uitstraling voor milieu en klimaat. Nu en in de toekomst. Klimaatkampioen worden is een hele prestatie, kampioen blijven is helemaal top.
Rein Munniksma is gedeputeerde voor landbouw en natuur in de provincie Drenthe |
Diergeneeskundig Centrum Zuid-Oost Drenthe participeert in Duurzaam boer blijven met een studiegroep Voeding en Diergezondheid. Indien u belangstelling heeft om deel te nemen aan een soortgelijke studiegroep dan kunt u zich melden door een e-mail te sturen naar info@zod.nl
Diergeneeskundig Centrum Z.O.-Drenthe werkt aan uiergezondheid in samenwerking met het Uiergezondheids Centrum Nederland (UGCN)
LTO Rundveehouderij, de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en het Productschap Zuivel (PZ) vinden uiergezondheid belangrijk. Dat is enerzijds, omdat uierontsteking economische schade voor de sector veroorzaakt en anderzijds vanuit het oogpunt van dierwelzijn. Bovendien verstoort een uierontsteking het werkritme van de veehouder. In de afgelopen jaren is het tankmelkcelgetal in Nederland langzaam opgelopen. Hierom heeft de Commissie Diergezondheid en Kwaliteit Runderen (DKR) van de productschappen PVE en PZ de Stuurgroep Uiergezondheid opdracht gegeven het aantal gevallen van uierontsteking bij melkvee middels een Meerjarenplan Uiergezondheid te verminderen. Het project wordt gecoördineerd door het Uier GezondheidsCentrum Nederland (UGCN); geleid door Theo Lam. Trots zijn we op het feit dat we als Dierenartsenpraktijk een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het ontwikkelen van de Uiergezondheidsmodule.
Wij doen mee !
De activiteiten die binnen het UGCN worden uitgevoerd zijn gericht op het terugdringen van mastitis en splitsen zich in activiteiten voor het uitvoeren van onderzoek en in activiteiten die dierenartsenpraktijken ondersteunen. Zie voor informatie over het onderzoek dat binnen het UGCN wordt uitgevoerd de website van het UGCN (www.ugcn.nl.)
Inmiddels zijn tientallen dierenartsenpraktijken binnen het project actief. Voor deze praktijken, waaronder onze praktijk, is een aantal praktijkgerichte instrumenten ontwikkeld waarmee wij aan het werk gaan.
Welke activiteiten kunt u als veehouder verwachten?
Het project kent als kern de zogenaamde vijfpoot, waarin de 5 belangrijkste onderwerpen rondom uiergezondheid ieder in een tijdsblok centraal staan.
Ik Wil Mastitis Beter Controleren
Infectiedruk Weerstand Melken Behandelen Controle
Deze onderwerpen komen aan de orde tijdens praktische studiegroepen over uiergezondheid die wij als praktijk voor u organiseren:
- Infectiedruk en Omgeving
Hoe kan ik de infectiedruk op mijn bedrijf verlagen?
- Weerstand en transitie
Hoe beoordeel en beïnvloed ik de weerstand in de transitieperiode?
- Melken
Welke risicofactoren kunnen een rol spelen bij het melken? Hoe is de speenconditie en melktechniek op het bedrijf en hoe kan ik deze beïnvloeden?
- Beter Behandelen
Weet u wanneer en waarmee u een koe met mastitis moet behandelen?
- Controle en Koppelmanagement
Wat kunt u allemaal met koppelmanagement op het gebied van uiergezondheid? Hoe kunt u uiergezondheid op uw bedrijf controleren?
Studiegroepen
De studiegroepen met elk 8 -10 deelnemers komen 5 keer bijeen. De bijeenkomsten vinden op melkveebedrijven plaats.
Behaalde resultaten tot nu toe
Er wordt in verschillende dierenartsenpraktijken inmiddels anderhalf jaar meegewerkt aan dit project. In deze praktijken zijn duidelijke verschillen tussen deelnemende veehouders en niet deelnemende veehouders te zien. Bij deelnemende veehouders is het tankcelgetal inmiddels structureel gedaald en is het aantal gevallen klinische mastitis ook significant afgenomen.
Mee doen?
De informatiemiddag voor veehouders heeft inmiddels plaatsgevonden en er is een studiegroep gevormd. Heeft u toch ook nog belangstelling om deel te nemen aan de studiegroep uiergezondheid, neem dan contact met ons op.
|